De honden

De eerste tien jaren in Nederland, 1926-1936

Terug naar de sitemap van hondgerelateerde pagina's Terug naar de Sitemap Terug naar de startpagina

 decoratie thumbnail

mail to oldsam.info for information on this site
Ga terug naar de vroege periode
Verder naar de pagina over de eerste importen
Verder naar de pagina's over de vroege situatie in Nederland
Verder naar de pagina met oude artikelen (let op: frames!)
imbut_blencathra.gif - 1338 Bytes

spacer

Na het succes in het buitenland moest natuurlijk wel de tijd komen dat de samojedenhond ook in Nederland geïntroduceerd zou worden. Maar dit zou pas gebeuren in 1924, dertig jaar na de import van Sabarka, de hond die Ernest Kilburn Scott had meegenomen uit Archangelsk. Waarom er zo lang gewacht werd met het importeren van honden is niet bekend.

De eerste geregistreerde import, een teef, kwam uit de 'Farningham' kennels en heette Mooswa of Farningham (NHSB 5688). Zij werd geboren uit Rurick Keenovitch x Vlada Petrovna en werd aangekocht door mevr. Nelly Dickhoff uit Hilversum. Zij vroeg de kennelnaam 'Samoya' aan maar vanwege haar minderjarige leeftijd kwam de kennel op naam te staan van haar vriendin mevr. P.A.M. Schmedding.
Vanwege de aankoop door de 'Samoya' kennel werd haar naam in het KRC (= Engelse Kennel Club Register) veranderd in Farningham Mooswa of Samoya. Zulke naamsveranderingen bij verkoop van de ene kennel naar een andere was (en is nog steeds?) mogelijk in Engeland zolang een hond uitsluitend was ingeschreven in het Kennel Club Register en niet ook bijgeschreven in het Kennel Club Stud Book (KCSB). Na een bijschrijving in het Stud Book (= Engels kampioenenboek) mocht een naam echter niet meer veranderd worden.

Farningham Ikon of Samoya
Farningham Ikon of Samoya

De tweede hond die door hen werd aangeschaft was de reu Ikon of Farningham, die vanwege de aanschaf door de 'Samoya' kennel, Farningham Ikon of Samoya (NHSB 6066) zou gaan heten.

Het eerste nest samojeden dat in Nederland gefokt is, kwam dus voort uit de combinatie Ikon en Mooswa en werd geboren op 25 mei 1926. Het bestond uit 6 pups, drie teven - Samoya's Nanouka, Samoya's Natacha en Samoya's Wonja - en drie reuen - Samoya's Ikoncwitch, Samoya's Mooswikon en Samoya's Nanouk. De laatste was met NHSB-registratienummer 6805 de eerste ingeschreven pup van fok op eigen bodem. In het huidige Nederlandse samojedenbestand vindt men nog steeds verre nakomelingen van dit allereerste nest terug

Één teef was nooit voldoende om een verantwoord fokprogramma op te kunnen zetten en een samojedenhondenbestand op te kunnen bouwen en dus kwam er binnen korte tijd een tweede teef naar Nederland: Farningham Ural of Samoya (NHSB 6965) (Siberian Keeno x Dessa of Farningham). Gezien het feit dat zij de naam van de Samoya kennel van mevr. Dickhoff draagt maar de nesten die met haar gefokt werden op naam staan van kennel 'Duinrand' van mevr. van Walt-van Lennep uit Aerdenhout, is het waarschijnlijk dat de hond door de laatste is overgenomen. Ook Mooswa is waarschijnlijk door mevr. Walt-van Lennep overgenomen want ook deze teef zou vanaf 1928 pups onder de kennelnaam 'Duinrand' ter wereld brengen

Farningham Ural of Samoya
Farningham Ural of Samoya

Het tweede Nederlandse nest kwam op 18 juli 1926 ter wereld. De ouders, Ikon en Ural, produceerden in dat nest 2 reuen en 5 teven: Astrid (t), Boule de Neige (t), Cilla Dagmar (t), Ingmar (r), Olaf (r), Pola (t) en Sandra (t). Ural werd nog n keer ingezet voor de fok. Ze werd nog een keer gedekt door Ikon en wierp in april 1927 een nest met alweer vijf teven en twee reuen. Zoals gezegd werd Mooswa waarschijnlijk verkocht aan mevr. Th. van Walt-van Lennep uit Aerdenhout, die een kennel opzette onder de naam 'Duinrand'. Pups uit haar tweede nest kregen deze kennelnaam mee bij hun inschrijving in het register.

Mooswa wierp na haar eerste nest nog vier nesten: in 1927, 1928, 1929 en 1932. In totaal hebben Mooswa en Ural voor 33 pups gezorgd.

Duinrand's Arvid 1929 (13 maanden oud)
Duinrand's Arvid, 13 maanden oud, uit het derde nest Farningham Ikon of Samoya x Farningham Mooswa of Samoya, geboren 16-07-1928

Mooswa en Ural zouden niet de enige geïmporteerde teven blijven. In de eerste vijf jaar werden er uit de Farningham kennel nog een aantal reuen en teven gehaald door de "Samoya" kennel.
Op volgorde van inschrijving in het Nederlands Honden Samboek waren dit:

NHSB 10912: Farningham Dashenka of Samoya, teef, geb. 13-12-1927
(Antarctic Bru x Suruka of Farningham)
NHSB 10918: Farningham Narucha of Samoya, teef, geb. 08-05-1927
(Polar Light of Farningham x Desstara of Farningham, later overgegaan nar de kennel 'van Rehoboth' van mevr. M.h.M. Boekholts uit Blaricum)

Farningham Narucha of Samoya
Farningham Narucha of Samoya

NHSB 12143a: Farningham Vada of Samoya, teef, geb. 03-04-1928
(Polar Light of Farningham x Nanette)
en haar nestzuster
NHSB 12720: Farningham Viga of Samoya, geb. 03-04-1928.

Farningham Viga of Samoya
Farningham Viga of Samoya

NHSB 13474: Farningham Polar Star of Samoya, reu, geb. 22-07-1928
(Polar Light of Farningham x Choraine of Farningham)
NHSB 17003: Farningham Nevarine of Samoya, teef, geb. 15-06-1929
(Polar Light of Farningham x Desstara of Farningham, maar geen nestzuster van Narucha)

Farningham Polar Star of Samoya
Farningham Polar Star of Samoya

Al in 1927 was de eerste Nederlands gefokte teef beschikbaar voor de fokkerij: mevr. J. Kalkman uit Rotterdam (kennel 'Jetske') had Samoya's Natacha aangeschaft en deze kreeg een nest van 6 puppen uit haar vader Farningham Ikon of Samoya. Men had waarschijnlijk haast om te fokken en schuwde geen inteelt. Zoals eerder genoemd: inzichten waren in die tijd wezenlijk anders dan nu.

Jetske's Amundsern
Jetske's Amundsen, geboren 25-11-1927, uit het nest Farningham Ikon of Samoya x Samoya's Natacha

Op 3 september 1928 kon het heugelijke feit van het eerste volledig Nederlands gefokte nest worden gevierd. Het was een nest van twee reuen en drie teven uit Samoyas's Mooswikon x Duinrand's Roxane. De kennel waarin deze pups geboren werden heette 'Von Reckleben' en werd geigend door mevr. E. de Wilde-von Reckleben uit Apeldoorn.

Door het weinige genetische materiaal dat beschikbaar was, kenmerkte die eerste fok zich dus door hele nauwe foklijnen.
Was het eerder genoemde half Nederlandse nest geboren uit een vader-dochter combinatie, het eerste volledig Nederlandse nest was een combinatie van halfbroer en halfzus. Hoewel de inzichten in die tijd anders waren en de genetica nog in de kinderschoenen stond, was men er zich waarschijnlijk wel van bewust dat het aanwezige materiaal te weinig was om een verantwoord fokprogramma op te zetten, terwijl aan de andere kant de vraag naar pups toch behoorlijk moet zijn geweest: Nederland was een van de laatste landen waar de samojedenhond zijn intrede deed, terwijl elders in Europa en de rest van de wereld de honden een grote populariteit genoten vanwege zijn voortdurende associatie met de avontuurlijke Poolexpedities: het was immers nog geen 10 jaar geleden dat Roald Amundsen terug was gekomen van zijn expeditie door de Noord-Oost Passage, voor welke hij een aantal samojedenhonden had meegenomen.

Er moesten daarom nieuwe honden geïmporteerd worden. Het waren niet alleen de dames Dickhoff en Kuipers die in die vroege periode honden importeerden. Waren Mooswa en Ikon de eersten met de respectievelijke stamboekregistratienummers 5688 en 6066, de derde buitenlandse hond die geregistreerd werd was de Noorse teef Zanka av Ostjak met registratienummer NHSB 6358 die door mevr. Th. van Beek Calkoen uit Maartensdijk naar Nederland werd gehaald, maar van deze hond zijn geen nakomelingen bekend. De meest succesvolle kennel was op dat moment nog steeds de Farningham kennel van de Kilburn Scott's en dus kwamen de meeste importen hiervandaan. Uit deze kennel werden in de eerste vijf jaren nog de volgende reuen en teven geïmporteerd:

NHSB 11455, Starosta of Farningham, reu, geb. 13-08-1929
(Prince Zouroff II of Farningham x Northern Light of Farningham, import P. Spaapen, Zeist)
NHSB 11580, Suruka of Farningham, teef, geb. 15-02-1927
(Oleg of Farningham x Russalka. geí, import mevr Th. van Walt -van Lennep. Als zij ook de moeder was van de eerder door de Samoya kennel geímporteerde Dashenka, moet zij al op een leeftijd van 6 maanden drachtig zijn geworden van haar eerste nest)
NHSB 15391, Polar Kirchie of Farningham, teef, geb. 19-06-1929
(Hibeda of Farningham x Vainka of Farningham, import mevr. Verhagen)
NHSB 15392, Polar Boris of Farningham, reu, geb. 19-06-1929
(Hibeda of Farningham x Vainka of Farningham en nestbroer van voorgaande, import mevr. Verhagen) NHSB 19732, Janita of Farningham, teef, geb. 25-06-1929
(Prince Zouroff II of Farningham x Kaza of Farningham, import mevr. Meindersma-Bongaards)

Farningham Ikon of Samoya spelend met Suruka of Farningham
Farningham Ikon of Samoya spelend met Suruka of Farningham

Al met al had men nog voor 1930 een aantal over verschillende lijnen gefokte importen van de Farningham kennel.
Tellen we hier ook nog de importen bij die niet bij de Kilburn Scott's vandaan kwamen:

NHSB 11332, Sonja, teef, Noorwegen, geb. 15-07-1927
(Boris x Sasja, geïmporteerd door L. van der Mark, Noordwijk)
NHSB 13649: Per, reu, Noorwegen, geb. 10-01-1923
(Dan x Mojo, geïmporteerd door L. van der Mark, Noordwijk)
NHSB O. 13873: Nicholas of Fernbreck, reu, Engeland
(Zonder vastgestelde afstamming uit Tsar x Ladyship, import B. Pot, Wassenaar)
NHSB 15340, Saratov, reu, Engeland, geb. 10-11-1927
(Kara Sea x Arctic Echo, geïmporteerd door J.J.H. Reppel, Dordrecht )
NHSB 19497, Vagabond, reu, Engeland, geb. 29-06-1929
(Arctic Snow x Snow Wind, geïmporteerd door L. van der Mark, Noordwijk)
NHSB 22853, Snow Epic of the Arctic, teef, geb. 01-04-1931
(Foam of the Arctic x Winter, geïmporteerd door A.j.Ch. Silvius, Dordrecht

Er waren na die eerste vijf jaren ondertussen zoveel geïmporteerde honden in Nederland die over zoveel verschillende genetische lijnen waren gefokt, dat men zonder gevaar voor verdere inteelt een breed fokprogramma kon opzetten. Dat was inderdaad nodig omdat Farningham Ikon of Samoya tot midden 1928 de enige reu was die voor de fok kon worden ingezet.

Groep van vroege honden
Van links naar rechts: Farningham Ikon of Samoya, Jetske's Beer, Farningham Polar Star of Samoya, Duinrand's Olaf en Fridtof von Bräuneck

Later zouden daar ook nog bijkomen:
NHSB 27401, Farningham Kartinka of Samoya, Engeland, geb. 16-07-1932
(Kara Sea x Pinky of Farningham, geïmporteerd door 'Kennel Samoya', later aangekocht door de kennel 'Tawau' van mevr. E. Drent-Wagner, Voorthuizen)
NHSB 27991, Balka-Glückauf, Duitsland, geb. 12-11-1932
(Polar Wolf of Farningham x Tanya of Farningham, geïmporteerd door P.H. Galiart)
NHSB 32558, Bovar of Wealdland, reu, Engeland, geb. 19-10-1931
(Siberian Shaman x Margareth Rose, geïmporteerd door mevr. M.H.M. Boekholts, Blaricum)

Bovar of Wealdland
Bovar (Boyar?) of Wealdland

NHSB 37154, Petrovitch de Sakhaline, België, geb. 28-05-1934
(Duinrand's Wittekind x Latite, fokker Mlle. S. Godet, geïmporteerd door A.J.Ch. Silvius, Dordrecht)
Dit was de eerste keer dat een Nederlandse reu naar het buitenland ging om daar een teef te dekken. Waarschijnlijk had de heer Silvius in ruil daarvoor de eerste keus uit het nest.
NHSB 39450, Farningham Starosta of Samoya, Engeland, geb. 13-08-1929
(Kara Sea x Sara, gefokt door mrs. A.E. Glanville en geïmporteerd door J. Pannevis, Utrecht)
NHSB 39622, Sabarka of Farningham, Engeland, geb. 01-11-1934
(Kara Sea x Pinky of Farningham, geïmporteerd door mevr. E. Garretsen-Blijdenstein)
NHSB 39623, Tobol of Farningham, Engeland, geb. 01-11-1934
(Kara Sea x Pinky of Farningham, geïmporteerd door mevr. E. Garretsen-Blijdenstein)
NHSB 47615, Bella-Glückauf, Duitsland, geb. 12-11-1932
(Polar Wolf of Farningham x Tanya of Farningham, geïmporteerd door J.W.J. Nering-Bögel, Wassenaar)

Kennel 'Rehoboth'
Een van de foksters van het eerste uur: mevr. M. H. M. Boekholts van kennel 'Rehoboth'

Tegen 1930 waren er al 23 nesten geboren, gedeeltelijk waren dat nesten uit puur Engelse importen, gedeeltelijk uit de combinatie van de importreuen Ikon en Per met een Nederlands gefokte teef. Maar er waren ook al drie nesten die pure Nederlandse fok waren. Het eerste nest tussen Samoya's Mooswikon en Duinrand's Roxane is al eerder genoemd. Het tweede en derde nest waren respectievelijk die tussen Duinrand's Bjrn x Karin von Reckleben en Duinrand's Kong Valdemar x Karin von Reckleben. Tussen deze twee nesten zat slechts 7 maanden. Er was dus weinig tijd voor de teef om te herstellen van de bevalling voor ze weer een nieuwe dekking kreeg. Een fenomeen dat we later vaker terug zouden zien en dat tekenend was voor de begintijd. In totaal waren er in die periode tot en met 1930 125 pups geboren: 67 reuen en 58 teven.

Waren er in het beginjaar 1926 nog maar twee geregisteerde eigenaren, mevr. P.A.M. Schmedding en mevr. Th. van Walt-van Lennep, eind 1931 waren er 88 geregistreerde eigenaren (geregistreerd op het moment van opname van de pups in het stamboek, in werkelijkheid moet het aantal unieke eigenaren veel hoger hebben gelegen omdat een aantal pups later, na de registratie verkocht zijn en die eigenaren niet meer meegeregistreerd konden worden. Het aantal eigenaren zal in werkelijkheid boven de 150 hebben gelegen)
Het Nederlands Hondenstamboek had toen 188 Nederlandse samojeden geregistreerd, afkomstig van 18 verschillende fokkers.

Zoveel mensen met een samojedenhond, een redelijk aantal fokkers (gezien dat en pas vijf jaar met de fokkerij bezig was), dat vróég om een rasvereniging en het jaar daarop werd dan ook de Poolhonden Club opgericht, vanwaaruit later de Nederlandse Samojeden Club zou voortkomen.

Poolhonden Club 1935, met afbeelding van honden uit 'Kennel Samoya'
Voorkant brochure Poolhonden Club waarop met de hand staat bijgeschreven: foto groep Samojeden kennel Samoya 1935

In de periode over de eerste tien jaren werden er in totaal 117 nesten gefokt. Er werden in totaal 286 reuen geboren en 263 teven. In totaal dus 549 puppies.
Achter deze nesten staan mensen die de moeite hebben genomen om te pionieren. Hun namen zijn:

Kennelnaam Jaar eerste nest:
Mevr. N. Dickhoff 'Samoya' 1926
Mevr. P.A.M. Schmedding 'Samoya' 1926
Mevr. Th. van Walt-van Lennep 'Duinrand' 1926
Mevr. J. Kalkman 'Jetske' 1927
Hr. L. van der Mark 'Northgo' 1928
Mevr. E. de Wilde-Reckleben 'von Reckleben' 1928
Hr. B. Pot 'Yermak' 1929
Hr. W.P. de Hoog 'van de Hunzestad' 1930
Hr. P.H. Brouwer 'von Bräuneck' 1931
Mevr. M.H.M. Boekholts 'van Rehoboth' 1931
Hr. A. van Duijn 'von Duynhoven' 1931
Hr. A.J.Ch. Silvius 'Luxor' 1931
Mevr. H. Jansen-Willemstijn 'van Ruimzicht' 1932
Mevr. Meindersma-Bongaards 'Anoeska' 1932
Hr. A. Kater 'van Zuidwijk' 1932
Mevr. E. Drent-Wagner 'Tawau' 1932
Hr. J. Sayers 'van de Samojedenhof' 1933
Mevr. T. Beins-Blaauw 'Fridtjoff Nansen' 1933
Mevr. M. Hubrecht 'van Witte Huis' 1933
Hr. V.M. van Eck 'Zilverland' 1934
Mevr. E. Albers-Fruitier 'van de Hof' 1935
Hr. K. van Hellemond 'van Berenstein' 1935
Mevr. J.C.M. Banda 'Nacha' 1936
Hr. J.A. Jacobsen 'van Nova Zembla' 1936
Hr. G. Tiemersma 'van Tiemersma-State 1936

Mevr. E. de Wilde-Reckleben (kennel 'von Reckleben') met puppies
Kennel 'von Reckleben' 1931: mevr. E. de Wilde-Reckleben(?) met puppies uit Vagabond x Tacha von Reckleben

En dan zijn er natuurlijk nog die mensen die fokten zonder een kennelnaam aan te vragen. In al hun anonimiteit maken zij deze lijst wel compleet!

Tenslotte:

In 1937 zou de laatste hond van voor de Tweede Wereldoorlog worden geïmporteerd. Uit Duitsland haalde de heer A.B.C. Dudok de Wit uit Laren(NH) de teef Aja von der Klosterwiese, NHSB 55800 (R.Z.B. 58).
Maar was dit wel een echte import? Uit Oljeg van Rehoboth x Baboeschka van Rehoboth was deze hond van pure Nederlandse fok in eerste instantie naar Duitsland geëxporteerd en later teruggehaald.